Uitbreiding regeling uitgaven voor monumentenpanden en rangschikking NSW-landgoed vorig bericht

Uitbreiding regeling uitgaven voor monumentenpanden en rangschikking NSW-landgoed

Op grond van een arrest van het Europese Hof van Justitie van 18 december 2014 moet Nederland onder voorwaarden ook de belastingaftrek voor monumentenpanden toestaan voor uitgaven voor een monumentenpand dat niet in Nederland maar wel op het grondgebied van een andere EU-lidstaat (of EER-land) is gelegen. Voorwaarde is wel dat het monumentenpand een element moet vormen van het Nederlands cultureel erfgoed.

Voor de Natuurschoonwet 1928 (NSW) is een met bovenstaande uitspraak samenhangende uitspraak van het HvJ EU van dezelfde datum verschenen waarin is bepaald dat een onroerende zaak onder voorwaarden ook onder de NSW moet kunnen worden gerangschikt wanneer de onroerende zaak buiten Nederland is gelegen. Hierbij geldt, net als voor de faciliteit in de inkomstenbelasting bij een in het buitenland gelegen monumentenpand, onder meer de eis dat de onroerende zaak een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed.

Over de vraag hoe kan worden bepaald of een monument of landgoed een element vormt van het Nederlands cultureel erfgoed, zal nog nadere regelgeving volgen.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht