Systeem voor berekening resultaat uit het verhuurde onroerend goed onacceptabel? vorig bericht

Systeem voor berekening resultaat uit het verhuurde onroerend goed onacceptabel?

De heffing van inkomstenbelasting over de inkomsten uit sparen en beleggen vindt met ingang van 2001 op forfaitaire (vastgestelde) wijze plaats in box 3. Bij de bepaling van die inkomsten wordt uitgegaan van een forfaitair rendement van vier procent, berekend over de waarde in het economische verkeer van de onderliggende bezittingen.

De waarde in het economisch verkeer voor onroerend goed wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde. Deze WOZ-waarde wordt verder verlaagd als het onroerend goed wordt verhuurd. Verhuren heeft namelijk een waardedrukkend effect. Dit waardedrukkende effect wordt volgens een forfaitaire regel berekend.

Volgens de Hoge Raad kan deze wettelijke regeling niet door de beugel als het duidelijk is dat deze forfaitaire regelging resulteert in een waarde die veel hoger (10% of meer) is dan de werkelijke marktwaarde. De Hoge Raad geeft aan dat je in die gevallen de forfaitaire berekeningsmethode los kunt laten en zelfstandig de marktwaarde kunt vaststellen.

Aandachtspunt

Veel onroerend goed eigenaren hebben te maken met leegstand en lagere huurprijzen. Toch wordt vaak van de eigenaren verwacht een positief forfaitaire box 3 op te nemen in de aangifte. In de gevallen waarbij de forfaitaire berekening veel hoger is dan de werkelijke marktwaarde, kan het raadzaam zijn bezwaar aan te tekenen of in overleg met de belastingdienst te treden.

terug naar overzicht