Smartengeld vorig bericht

Smartengeld

In 1994 hadden medewerkers van een Luxemburgse bank gegevens gestolen en doorgespeeld naar de Belgische belastingdienst.  De Belgische belastingdienst  heeft in 2000 de gegevens van deze bank over inwoners van Nederland naar de Nederlandse belastingdienst gestuurd die daarmee natuurlijk aan de slag ging.

In de jaren 80 kenden we een toptarief voor de inkomstenbelasting van 72%.  Onder deze belastingdruk was het dan ook heel verleidelijk om een bankrekening in België, Luxemburg of Duitsland te openen.  Veel 40-ers in de bloei van hun werkzame leven wilden wel zo’n buitenlands appeltje voor de dorst.  De banken hielpen ook vrolijk mee. Computers voor digitale gegevens opslag waren er nauwelijks en spontane gegevensuitwisseling tussen de belastingdiensten kenden we nog niet. Veel van deze bankrekeningen stammen dan ook uit deze periode.

De gegevens van de Luxemburgse bank waren niet zo uitgebreid, soms had de belastingdienst alleen een naam.  De belastingdienst schrijft dan een briefje naar de betreffende met het verzoek alle gegevens te laten zien.  In een aantal gevallen betrof dit zeer strijdbare belastingplichtigen die in alle toonaarden ontkenden ooit zo’n rekening te hebben gehad.  Soms sleept zo’n zaak voort en gerekend vanaf het eerste briefje van de fiscus duurt het soms wel 10 jaar voordat de rechtbank tot een uitspraak komt.  Inmiddels was de belastingplichtige overleden en moesten de erfgenamen de zaak met de fiscus beslechten.  Zo ook in een zaak waarover de rechtbank in mei uitspraak deed.  Over de hoogte van de correcties waren de erfgenamen en de fiscus het eens geworden maar de erfgenamen wilden ook een vergoeding voor immateriële schade, smartengeld dus.  En dat ging de fiscus te ver.

De Hoge Raad vindt wel dat de belastingdienst verplicht kan zijn smartengeld te betalen, maar dan moet de belastingplichtige spanning en frustratie hebben ondergaan als gevolg van een te lange behandeling van de zaak. U hoeft niet bij de huisarts een briefje te halen, maar als de termijn vanaf het eerste bezwaarschrift tot de uitspraak van de rechtbank langer dan twee jaar duurt, dan wordt aangenomen dat de redelijke termijn van behandeling is overschreden.  Er wordt natuurlijk dan nog wel gekeken of de belastingplichtige mede schuldig is aan de vertraagde behandeling, of dat het een ingewikkelde zaak was.

De erfgenamen kregen overigens wel een schadevergoeding, namelijk € 500 per persoon.  De fiscus had de zaak wat te lang laten liggen.  De behandeling van een bezwaarschrift mag in principe niet langer duren dan een half jaar.

terug naar overzicht