Schorsende werking hoger beroep bij toeslagen vorig bericht

Schorsende werking hoger beroep bij toeslagen

Als een burger bij de rechtbank procedeert over een bepaalde toeslag en hij of zij door de rechtbank in het gelijk wordt gesteld moet de belastingdienst de toeslag uitbetalen. Dat geldt ook als de Belastingdienst/Toeslagen het niet eens is met de uitspraak van de rechtbank en daartegen beroep instelt.

Het beroep van de Belastingdienst/Toeslagen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State schorst niet de verplichting om uitvoering te geven aan de beslissing van de rechtbank. Met andere woorden, op dit moment moet de toeslag worden uitbetaald. Pas als de burger bij de Raad van State in het ongelijk wordt gesteld dan kan de Belastingdienst/Toeslagen de dan onterechte toeslag weer terugvorderen.

Het kabinet stelt voor om schorsende werking te verbinden aan het instellen van hoger beroep voor alle uitspraken die worden gedaan vanaf 1 januari 2016. Dit brengt met zich mee dat de Belastingdienst/Toeslagen niet langer verplicht is om direct na een voor de toeslaggerechtigde gunstige uitspraak van de rechtbank tot uitbetaling over te gaan. Bij belastingzaken bestaat deze schorsende werking bij hoger beroep al langer.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht