Informatieplicht en dementie vorig bericht

Informatieplicht en dementie

Wanneer de inspecteur om informatie vraagt die van belang is om je aangifte te kunnen beoordelen is iedereen verplicht hieraan mee te werken.

Als niet aan de informatieverplichting wordt voldaan kan de inspecteur een zogenaamde informatiebeschikking uitreiken. Het belangrijkste gevolg van beschikking is omkering van de bewijslast. Normaliter ligt de bewijslast bij de belastinginspecteur. Na uitreiking van een informatiebeschikking ligt de bewijslast bij de belastingplichtige. Meestal zal de inspecteur een te hoge aanslag opleggen en ligt de vaak onmogelijke opdracht bij de belastingplichtige om aan te tonen dat de aanslag lager behoort te zijn.

Een dame van 94 kreeg in 2012 een verzoek om inlichtingen met betrekking tot de jaren 2001 tot en met 2004 omtrent een Zwitserse bank waarover ze sinds de jaren 30 van de vorige eeuw beschikte. Er moest een waslijst met vragen worden beantwoord. In 2004 verkeerde mevrouw in slechte gezondheid en dacht zelfs te overlijden. Dit was ook de aanleiding om te besluiten het saldo op de rekening onder de kinderen te verdelen. In 2010 werd ze getroffen door een herseninfarct en heeft sindsdien spraak- en motorische problemen. Volgens de verklaring van de huisarts is ze sinds 2013 dementerend en kan ze geen inhoudelijke vragen over haar financiën beantwoorden.

De rechtbank en het hof vinden dat de wet duidelijk is. Eenieder is verplicht de gevraagde inlichtingen te verstreken. Het hof stelt tevens dat, nu ze in staat is een derde te machtigen om zich te laten vertegenwoordigen, ze ook in staat moet zijn de vragen te beantwoorden. Daarnaast verkeerde ze reeds in 2004 in slechte gezondheid en had de nodige maatregelen moeten nemen, bijvoorbeeld door het aanstellen van een zaakwaarnemer.  In de parlementaire behandeling van deze wet wordt echter genoemd dat het niet-voldoen aan deze verplichtingen zonder nadelige gevolgen moet blijven wanneer dat de belastingplichtige niet kan worden aangerekend. De Hoge Raad nuanceert dit verder door onderscheid te maken tussen het afleggen van mondelinge of schriftelijke verklaringen en het overhandigen schriftelijke of digitale gegevens. Vervolgens verwijst de Hoge Raad de zaak naar een ander hof om de zaak verder te onderzoeken.

Verklaringen had mevrouw waarschijnlijk niet hoeven af te leggen maar ze had waarschijnlijk wel mee moeten werken aan het verstrekken van gegevens. Na zoveel jaren zal bij de bank niet of nauwelijks meer informatie te achterhalen zijn en wordt het bijzonder moeilijk het bewijs voor een lagere aanslag te leveren.

Wellicht is het onder deze omstandigheden toch handig om een en ander te bewaren en iemand te machtigen om in deze zaken te mogen optreden.

Neem voor meer informatie contact op met Simon Vermeij (simon.vermeij@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht