Het gloort voor de prostituee vorig bericht

Het gloort voor de prostituee

Coöperaties zijn iets van vroeger zal je misschien denken. Veel boeren maakten hiervan gebruik door het opzetten van bijvoorbeeld de suikerfabriek en de melkfabriek. De Rabobank is een mooi voorbeeld van een oude en nog steeds goed functionerende coöperatie. Eigenlijk is de coöperatie niets anders dan een vereniging die de belangen van haar leden behartigd. De coöperatie was een beetje in de vergetelheid geraakt maar is de laatste jaren weer helemaal terug in de belangstelling. Het is weer hip om zo’n constructie te hebben.  Ook de prostituees hebben nu de coöperatie ontdekt.

Vaak worden de prostituees als werknemer van de kamerverhuurder gezien. Wat ook logisch is want die bepaald vaak hoe, wanneer en op welke plaats de dame van plezier haar werk verricht. De kamerverhuurders hebben en hadden het voor het zeggen.

Het was vaak onduidelijk of ze nou in loondienst waren of zelfstandig, hoe ze verzekerd waren, of ze nu Btw-aangiften moesten indienen, etc.  Er zijn dan ook, zowel door prostituees als kamerverhuurders, veel procedures tegen de fiscus gevoerd om los te komen van de werkgever-werknemer situatie. Weliswaar afhankelijk van de omstandigheden, maar het ondernemerschap was voor de prostituees in de meeste gevallen niet weggelegd, ze zijn eigenlijk te veel afhankelijk van de kamerverhuurder.
Hierop lijkt een oplossing te zijn gevonden. Vorige week heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een tweetal zaken en lijkt erop dat de prostituees zich hebben losgemaakt van de kamerverhuurder, of andersom dat kan natuurlijk ook, in ieder geval uit administratief oogpunt. De dames hebben met elkaar een coöperatie opgericht. Deze coöperatie heeft als doel de administratieve rompslomp voor haar rekening te nemen en het lijkt de prostituees wat meer vrijheid te geven. In ieder geval op papier. Om ook fiscale erkenning te krijgen zijn ze met hun coöperatie naar de belastinginspecteur gestapt met twee vragen; vindt u ook niet dat we in loondienst zijn van onze coöperatie en dat de coöperatie ondernemer is voor de omzetbelasting. Dit ging de inspecteur wat te ver en ze kregen nee op het rekest. Vervolgens zijn de dames naar de hogere instanties gestapt. Van de rechtbank kregen ze gelijk maar het gerechtshof was het eens met de inspecteur. Tenslotte heeft de Hoge Raad de dames in zijn fiscale armen gesloten en de dames als werknemer van hun eigen coöperatie erkend en de coöperatie als BTW ondernemer.

Door nu zo’n leuke coöperatieconstructie lijken de dames in ieder geval in administratief opzicht een stuk onafhankelijker te zijn geworden.  Ik vrees alleen dat in de praktijk het vooral een leuke constructie is voor de kamerverhuurder.

terug naar overzicht