Herziening box 3 met ingang van 2017 vorig bericht

Herziening box 3 met ingang van 2017

De box-3-heffing stond de afgelopen tijd in de belangstelling. Het fictieve rendement van 4% was letterlijk niet meer van deze tijd aangezien de banken op normale spaartegoeden op dit moment minder dan 1% rente uitbetalen. Ook in 2016 blijft het oude box-3-stelsel echter nog in stand.

Het voorstel is om vanaf het belastingjaar 2017 de hoogte van het fictieve rendement aan te passen aan het soort vermogen dat de belastingplichtige heeft. Het fictieve rendement op spaartegoeden komt dan lager uit dan het fictieve rendement op belegging in bijvoorbeeld aandelen en vastgoed. In het wetsvoorstel wordt becijferd dat de gemiddelde spaarrente gedurende de afgelopen 5 jaar 1,63% was terwijl op beleggingen het gemiddelde rendement 5,5% was.

Bij de herziening van de box-3-heffing wordt niet gekeken wat iemand daadwerkelijk met zijn vermogen doet, maar kiest de wetgever echter voor een extra fictie (en dat terwijl de belastingrechter zich kritisch heeft uitgelaten over zo’n opeenstapeling van ficties). Personen met een vermogen tot 100.000 euro worden geacht het grootste deel vermogen als spaartegoeden aan te houden terwijl personen met een vermogen boven 1.000.000 euro geacht worden hun vermogen volledig te beleggen in aandelen, obligaties en vastgoed. Bij een vermogen tussen 100.000 euro en 1.000.000 euro is de forfaitaire mix 21% spaartegoeden en 79% beleggingen.

Het voorstel komt er op neer dat met ingang van 1 januari 2017 het fictieve rendement als volgt wordt berekend:

berekening-fictieve-rente.jpg

Het gemiddelde rendement op spaargeld wordt berekend over een periode van vijf jaar (het tarief voor 2017 is het gemiddelde over de periode 2011-2015). Voor de berekening van het fictieve rendement op beleggingen wordt uitgegaan van een meetkundig gemiddelde over diezelfde vijfjaarsperiode maar waarbij het laatste jaar voor een vijftiende deel in aanmerking wordt genomen. Een verklaring voor deze manier van berekening is er helaas niet.

Elk jaar worden de rendementen opnieuw berekend. Bovenstaande tabel bevat daarom voorlopige percentages. Volgend jaar zullen de percentages voor 2017 op basis van de meest recente gegevens definitief worden vastgesteld.

Het tarief in box 3 blijft gelijk aan het huidige tarief van 30%. Alhoewel de regering dat niet wil zeggen wordt de nieuwe box-3-heffing eigenlijk een progressieve belastingheffing op het vermogen. Nu is de effectieve heffing voor iedereen gelijk aan 1,2% (30% van 4%) maar vanaf 2017 zal dit 0,87% zijn voor mensen met een klein vermogen, 1,41% voor mensen met een middelgroot vermogen en 1,65% voor miljonairs.

Interessant is het om te zien dat het nieuwe box-3-systeem ook gaat gelden voor buitenlandse belastingplichtigen. Zij worden in box 3 alleen belast voor het fictieve rendement op in Nederland gelegen onroerende zaken. Ondanks het feit dat zij per definitie slechts hun vermogen in één vermogenscategorie hebben wordt hun fictieve rendement toch berekend als een gemiddelde van rendementen op spaartegoeden, aandelen, obligaties en vastgoed.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht