Fiscale valkuilen voor uitgezonden huiseigenaren vorig bericht

Fiscale valkuilen voor uitgezonden huiseigenaren

Aan een eigen huis kan je behoorlijk gehecht raken. Als je voor je werk een tijd naar het buitenland moet, is het aanhouden van de woning in Nederland vaak een aantrekkelijke optie. De ingewikkeldheid van belastingregels neemt grootse vormen aan zodra je de grens overgaat. Dat geldt ook hier.

Voor huiseigenaren die een tijdje in het buitenland gaan wonen gelden bijzondere regels. Als je verhuist is de Nederlandse woning in beginsel niet meer het hoofdverblijf (ofwel eerste woning) en met de verhuizing van de eigenaar verhuist ook de woning van box 1 naar box 3. Dat betekent dat aftrek van de hypotheekrente niet meer mogelijk is.

De Nederlandse belastingwet kent echter een bijzondere regeling voor naar het buitenland uitgezonden huiseigenaren. Zij mogen de hypotheekrente nog steeds aftrekken, ook al wonen zij in het buitenland. In de meeste gevallen zal de huiseigenaar geen inkomen in Nederland meer hebben, dus valt er in de buitenlandse jaren weinig af te trekken. Door deze regeling bouwt de huiseigenaar echter wel een fiscaal verlies op. Na terugkeer naar Nederland kan dit opgebouwde fiscale verlies worden gebruikt en dat leidt tot een bijzonder aardige aftrekpost in de eerste jaren na terugkomst.

Het aftrekken van de hypotheekrente voor buitenlandse huiseigenaren is echter wel aan strikte voorwaarden verbonden. Een van deze voorwaarden is dat het huis niet door derden mag worden gebruikt. Als de woning wordt verhuurd, kan de regeling niet meer worden gebruikt. Ook niet als de woning na korte of langere tijd weer leegkomt. Zelfs als alleen een kamer in de woning wordt verhuurd, dan vervalt de regeling. Ook het incidenteel verhuren van de woning via airbnb is om die reden niet alleen maar positief. Bij de beslissing om de woning wel of niet te verhuren moet dus rekening worden gehouden met de fiscale gevolgen.

Een recent praktijkgeval leert dat de Belastingdienst behoorlijk streng is. In dat geval was een dochter van de huiseigenaar achtergebleven in de woning. Soms is dat toegestaan. Het probleem werd echter gecreëerd doordat een neef van tijd tot tijd ook kwam logeren. Hij studeerde in de betreffende stad maar woonde bij zijn ouders in het oosten van het land. Voor hem was het daarom handig om over een logeeradres in de stad te beschikken. Hij betaalde geen huur. Het zwakke punt zat echter in het feit dat de neef zich bij de gemeente had ingeschreven op het betreffende adres. Dat was vast makkelijk in verband met het krijgen van een beurs voor uitwonende studenten of een parkeervergunning, maar blijkt rampzalige fiscale gevolgen te hebben. De fiscus weigerde namelijk de aftrek van hypotheekrente omdat de woning deels aan een derde ter beschikking is gesteld. Ook de belastingrechter was onvermurwbaar. De regels zijn streng en de rechter zag geen ruimte om daar soepel mee om te gaan. Een neef behoort niet tot het huishouden van de huiseigenaar en is dus ‘een derde’. De logeerpartijtjes kwamen de huiseigenaar dus duur te staan.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 365 66 17).

terug naar overzicht