Een te ongebruikelijke lening vorig bericht

Een te ongebruikelijke lening

Wanneer ouders hun meerderjarig kind een lening geven om bijvoorbeeld een bedrijf op te starten, over te nemen of om de onderneming door een moeilijke periode te helpen, kijkt de fiscus graag mee. Niet alleen om te controleren of er wel rente wordt betaald en de aflossingsafspraken duidelijk zijn, maar voornamelijk voor wanneer de lening niet kan worden terugbetaald. In dit geval zullen de ouders de lening als verlies willen aftrekken van hun inkomsten in box 1.

Over het algemeen valt een dergelijke lening in box 3, maar wanneer er sprake is van een “naar maatschappelijke opvattingen” ongebruikelijke lening, moet zo’n lening worden aangegeven in box 1.  Het gevolg is dat de lening dan op haar zakelijke merites wordt beoordeeld. Globaal komt het erop neer dat bij de ouders een zakelijke rente in de aangifte wordt gerapporteerd. Dit kan ook een positieve kant hebben, want wanneer de lening door dochter- of zoonlief niet kan worden terugbetaald, bestaat de mogelijkheid om dit verlies af te trekken.

Stel dat de oorspronkelijke lening op zakelijke voorwaarden is overeengekomen. Tot dusver valt de lening in box 3 en is geen ongebruikelijk lening. Na verloop van tijd wijzigen de omstandigheden en worden de rentebetalingen of aflossingen steeds slechter nagekomen. De ouders gaan met zoon of dochter om de tafel en spreken nieuwe, soepelere voorwaarden af die hopelijk wel worden nagekomen. Het is een soort Griekse lening geworden. Op dat moment zou je kunnen zeggen dat de lening “ongebruikelijk” is geworden omdat een willekeurige derde onder deze voorwaarden de lening nooit zou hebben gegeven. Kortom, in de aangifte verhuist de lening naar box 1 en de rente wordt bij de ouders belast. De omstandigheden voor de onderneming verslechteren en het wordt duidelijk dat de lening niet meer zal worden afgelost. De ouders willen de lening in box 1 aftrekken.

Om de aftrekbaarheid te beoordelen moet niet alleen worden gekeken naar de oorspronkelijke voorwaarden en de voorwaarden zoals die in een later stadium zijn afgesproken, maar vooral of in eerste instantie er voor de ouders sprake was van een aanvaardbaar risico dat de lening misschien niet wordt terugbetaald. Als het risico te groot is, dan is (in de lijn in de jurisprudentie) er sprake van een onzakelijke lening die zich in de privésfeer afspeelt, waardoor het verlies van de lening niet kan worden afgetrokken.

De voorwaarden voor een lening mogen zacht zijn, maar voor de aftrekbaarheid mag bij het afsluiten van de lening het risico van niet-terugbetaling niet te groot zijn.

Neem voor meer informatie contact op met Simon Vermeij (simon.vermeij@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht