Een Chinese pot van 23 miljoen vorig bericht

Een Chinese pot van 23 miljoen

In de aangifte erfbelasting wordt na het overlijden van vader in november 2003 het antiek gewaardeerd op € 12.500. Bij het antiek zat ook een Chinese pot en een jaar na het overlijden van vader besluiten de erfgenamen de pot te verkopen. In november 2004 waardeert een deskundige de pot op € 15.000. Het veilinghuis in Londen geeft in december 2004 in eerste instantie een veilingadvies van  tussen de € 80.000 en € 100.000. Bij een tweede schatting wordt de waarde gesteld tussen de € 300.000 en € 400.000 en vervolgens op ongeveer € 650.000. In juli 2005, een paar dagen voor de veiling, wordt door de erfgenamen de minimum limiet gesteld op één miljoen. De pot wordt uiteindelijk geveild voor het ongelofelijke bedrag van 23 miljoen euro. Ruim ander half jaar na het overlijden van vader.

De aangifte erfbelasting wordt door de erfgenamen herzien waarbij de waarde van het antiek wordt verhoogd naar € 100.000. De inspecteur vraagt nadere informatie en uiteindelijk belanden de erfgenamen en de inspecteur bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat voor de aangifte een waarde van 10 miljoen moet worden gehanteerd. De erfgenamen gaan in beroep maar ook het hof oordeelt dat 10 miljoen de juiste waarde is. De erfgenamen geven het niet op en gaan in cassatie bij de Hoge Raad. De advocaat generaal, die de Hoge Raad adviseert, geeft de rechtbank en het hof gelijk en adviseert de Hoge Raad de erfgenamen geen gelijk te geven. De Hoge Raad heeft nog geen uitspraak gedaan.

Voor de erfgenamen is het natuurlijk van belang hoeveel erfbelasting er moet worden betaald. Maar juridisch ligt het belang van deze strijd in de zekerheid dat de waarde niet meer kan worden herzien. Bij de aangifte erfbelasting wordt als uitgangspunt gehanteerd de waarde van de goederen op het moment van overlijden, waarbij rekening mag worden gehouden met toekomstige gebeurtenissen en ontwikkelingen die op het moment van overlijden voorzienbaar en voorspelbaar waren.

Dat de deskundige en het veilinghuis de waarde onjuist hebben ingeschat is duidelijk maar achteraf bezien is het gemakkelijk praten. Was het voorzienbaar dat de pot een waarde had van ongeveer 10 miljoen zoals de rechtbank en het hof hebben bepaald en waar ligt de grens om de waarde te herzien, na een jaar, twee jaar, na vijf jaar? Hoe vaak stijgen of dalen goederen niet in waarde. Denk aan aandelen, huizen, kunst, etc.

Ik hou u op de hoogte.

terug naar overzicht