Doorbetaling tijdens inactiviteit vorig bericht

Doorbetaling tijdens inactiviteit

De economische vooruitzichten lijken rooskleuriger te worden. Toch is het voor veel (gezonde) ondernemingen soms nodig om de onderneming te reorganiseren. Regeren is vooruit zien. Hierdoor komt het voor dat werknemers op non actief worden gesteld met behoud van salaris.

In een recente rechtszaak speelde de vraag of er ook premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn over deze ‘inactiviteitsvergoedingen’. De dienstbetrekkingen met deze werknemers zijn immers beëindigd.

De werkgever stelde zich voor de rechter daarbij op het standpunt dat de inactiviteitsvergoedingen, vergoedingen zijn uit vroegere dienstbetrekking en geen vergoedingen uit tegenwoordige dienstbetrekking. Men zit immers noodgedwongen thuis en participeert niet actief meer in het arbeidsproces.

Voor de werknemersverzekeringen is de cruciale vraag of er sprake is van een zogenaamde vergoeding uit ‘tegenwoordige’ of ‘vroegere’ dienstbetrekking (bijvoorbeeld pensioenuitkeringen). Beloningen uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn veelal directe vergoedingen voor verrichte arbeid. Alleen deze vergoedingen uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn onderworpen aan premies voor de werknemersverzekeringen.

Tijdens de procedure kwam een bepaling uit de loonbelasting aan de orde die loon tijdens een periode van tijdelijke inactiviteit als loon uit tegenwoordige dienstbetrekking aanmerkt. Daarbij moet het gaan om een situatie waarin de werknemer niet heeft kunnen werken door toedoen van de werkgever. Zodra deze tijdelijke inactiviteit de 104 weken overschrijdt is deze bepaling niet meer van toepassing.

Volgens de werkgever was deze bepaling alleen van belang voor het antwoord op de vraag of de werknemer recht heeft op de zogenaamde arbeidskorting. Voor het overige was zijns inziens sprake van loon uit vroegere dienstbetrekking. Daardoor zijn, volgens de werkgever, geen premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd. De inspecteur was echter van mening dat bovengenoemde uitzonderingsbepaling een ruimere reikwijdte heeft. De inactiviteitsvergoeding is volgens de belastingdienst dan ook een vergoeding uit tegenwoordig dienstbetrekking.

Aangezien de inactiviteitsvergoeding korter was dan 104 weken, was de vraag wie aan het langste eind zou trekken. De rechtbank besliste uiteindelijk dat deze bijzondere bepaling niet uitsluitend toepassing vindt voor het recht op arbeidskorting. Deze uitzonderingsbepaling in de loonbelasting is ook van toepassing voor de beoordeling of er al dan niet premies voor de werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. Uiteindelijk was de werkgever dan ook verplicht premies voor de werknemersverzekeringen af te dragen.

Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Guido van Asperen (guido.van.asperen@fisconti.nl of 070 – 365 66 17)

terug naar overzicht