De onjuiste aangifte vorig bericht

De onjuiste aangifte

Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen. Dat geldt ook voor de belastingplichtige die ieder jaar zijn belastingaangifte moet indienen bij de Belastingdienst. Dat is geen sinecure gezien de hoeveelheid nieuwe fiscale regels die ieder jaar over ons wordt uitgestort.

Gelukkig biedt de Belastingdienst de helpende hand door het werk al deels voor u te doen door de zogenaamde vooraf ingevulde aangifte. Dit ontslaat de belastingplichtige echter niet van de plicht om alles goed te controleren. Indien de Belastingdienst een deel van het inkomen niet vooraf heeft ingevuld en je zonder dat te corrigeren een aangifte indient met een te laag belastbaar bedrag, kun je aardig in de problemen komen. Dit bleek uit een recent arrest van de Hoge Raad. Het betrof een belastingplichtige die uitsluitend salarisinkomsten had opgegeven van € 33.225. Het gerechtshof was echter van mening dat nog minstens € 5.000 aan inkomsten niet waren opgegeven.

Toen deze zaak bij de Hoge Raad kwam, oordeelde deze dat de belastingplichtige de ‘vereiste aangifte’ niet had gedaan aangezien de belastingplichtige na de correctie veel meer belasting diende af te dragen.  In dit geval was het verschil tussen de aangegeven en daadwerkelijk verschuldigde belasting 19%.

Om tot dit oordeel te komen was voor de Hoge Raad verder ook een zekere mate van verwijtbaarheid aan de kant van de belastingplichtige noodzakelijk. Vanwege het grote verschil vond de belastingrechter dat de belastingplichtige zich er minimaal van bewust moet zijn geweest dat een aanzienlijk te laag bedrag werd vermeld in de aangifte.

Door dit oordeel van de Hoge Raad kon de belastinginspecteur in deze zaak de zogenoemde ‘omkering van de bewijslast’ in stand houden. Deze omkering van de bewijslast betekent dat de correctie van de fiscus ongemoeid blijft, tenzij de belastingplichtige ‘laat blijken’ dat deze aanslag veel te hoog is vastgesteld door de fiscus. Het ‘laten blijken’ is veel lastiger dan ‘aannemelijk’ maken, wat normaal voldoende is in dit soort zaken. In de meeste gevallen zal de belastingplichtige bakzeil moeten halen en de hogere aanslag moeten accepteren.

De kernvraag is altijd of iedere Nederlander in gelijke mate de wet moet kennen en zich bewust moet zijn van aanzienlijke fouten in de aangifte. In ieder geval heeft de Hoge Raad  in dit voorbeeld aangegeven dat een afwijking van 19% niet door de beugel kan.

terug naar overzicht