Eerste Contouren Belastingherziening vorig bericht

Eerste Contouren Belastingherziening

Op 19 juni 2015 heeft de Staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de contouren van de voorgenomen belastingherziening. Doel is om in eerste plaats het stelsel te vereenvoudigen, om de belastingwetgeving begrijpelijker te maken voor burgers en bedrijven. Daarnaast om het beter uitvoerbaar te maken door de Belastingdienst. Op dit moment ligt er nog geen concrete wettekst om te beoordelen. De uiteindelijke plannen zullen verder uitgewerkt en onderhandeld moeten worden met de diverse (gedoog)partijen. Het is wel het voornemen om rond Prinsjesdag met een wetsvoorstel te komen.

De kernpunten uit de brief van de Staatssecretaris worden hieronder kort behandeld.

Directeur Groot Aandeelhouder

De Staatssecretaris geeft aan dat het kabinet werkt aan maatregelen die onbedoelde belastingontwijking door DGA’s tegengaan. Concrete voorbeelden worden nog niet gegeven. De enige uitzondering is de aanpak van emigrerende DGA’s die veelal na een wachtperiode van 10 jaar hun aanmerkelijk belang op de aandelen in de onderneming (of bijvoorbeeld de persoonlijke houdster) kunnen kwijtraken. Hierdoor is geen belasting meer verschuldigd aan de Nederlandse fiscus.

Meer gelijke behandeling eigen en vreemd vermogen en verlaging vennootschapsbelastingtarief

Het kabinet wil de fiscale behandeling van eigen en vreemd vermogen meer gelijk te trekken. Dit om te realiseren dat ondernemingen een minder grote stimulans krijgen om de onderneming met vreemd vermogen te financieren. Deze rente is op dit moment veelal aftrekbaar in tegenstelling tot een dividenduitkering aan aandeelhouders. Met de opbrengst zou het tarief van de vennootschapsbelasting kunnen worden verlaagd.

Verlaging belastingdruk op arbeid

Het inkomstenbelastingtarief zal in de tweede en derde belastingschijf met ongeveer 2%-punt dalen. Daarnaast zal het hoogste inkomstenbelastingtarief van 52% bij een hoger aangrijpingspunt starten, waardoor dit hoogste belastingtarief pas bij een hoger inkomen van toepassing zal zijn. Verder zal de arbeidskostenkorting voor inkomens tot ongeveer € 50.000 worden verhoogd. Ook zal de kinderopvangtoeslag worden verhoogd, echter de algemene heffingskorting zal volledig worden afgebouwd. Het doel van de maatregelen is om de arbeidsparticipatie te verhogen. Een gemiddeld werkend huishouden zou er ongeveer € 800 op jaarbasis op vooruit gaan.

Loonkostenvoordeel werkgever

Om het voor werkgevers aantrekkelijker te maken mensen met lage inkomens aan te nemen, wordt een loonkostenvoordeel aangekondigd.

Hervorming box III -  vermogensrendementsheffing

De huidige regeling gaat uit van een belastingheffing over een forfaitair rendement van 4%. Gezien de huidige lage rentevergoeding op een spaarrekening, leveren veel Nederlanders in op hun vermogen. Het kabinet stelt voor om het forfaitaire rendement per vermogens- c.q. beleggingscategorie vast te stellen en deze periodiek te ijken. In deze variant zijn er verschillende forfaitaire rendementen voor bijvoorbeeld een spaarrekening, aandelen en onroerend goed. De mogelijkheid wordt ook nog onderzocht om een tegenbewijsregeling te introduceren indien het rendement nog steeds veel lager is dan het forfaitair vastgestelde rendement.

Verhogen BTW tarief met uitzondering voedingsmiddelen

Het kabinet overweegt het verlaagde BTW tarief van 6% uitsluitend voor voedingsmiddelen te laten gelden. Dit impliceert dat veel diensten en goederen die nu onder het 6% tarief vallen, verhoogd gaan worden naar het algemene BTW tarief van 21%. Deze maatregel wordt alleen geïntroduceerd indien de hogere BTW opbrengst ook teruggesluisd kan worden naar de burgers zodat die er niet op achteruit gaan.

terug naar overzicht