Anti-misbruikregeling in deelnemingssituaties vorig bericht

Anti-misbruikregeling in deelnemingssituaties

Een andere wetswijziging die afkomstig is uit de gewijzigde Moeder-Dochterrichtlijn betreft de invoering van een algemene antimisbruikbepaling, ofwel een zogenoemde GAAR (general anti-abuse regulation). De implementatie van de algemene antimisbruikbepaling ziet alleen op de heffing van (bron)belasting op uitgekeerde winsten en raakt de deelnemingsvrijstelling in de vennootschapsbelasting niet.

De Moeder-Dochterrichtlijn bevat een verplichting om een anti-misbruikregeling in te voeren. De regering heeft ervoor gekozen om deze verplichting vorm te geven door (1) een wijziging van de regeling voor het buitenlandse aanmerkelijk belang (buitenlandse AB-regeling voor vennootschappen) in de vennootschapsbelasting en (2) de invoering van een anti-ontgaansbepaling voor coöperaties in de dividendbelasting welke bepaling voorziet in een inhoudingsplicht in geval van misbruik.

Buitenlandse rechtspersonen die een aanmerkelijk belang houden in een in Nederland gevestigd lichaam worden in Nederland belastingplichtig voor de vennootschapsbelastingheffing als het aanmerkelijk belang wordt gehouden met als hoofddoel of een van de hoofddoelen het ontgaan van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting (buitenlandse AB-regeling). De buitenlandse rechtspersoon is dan Nederlandse vennootschapsbelasting verschuldigd over de dividenden die de Nederlandse vennootschap uitkeert maar ook over de winst bij verkoop van de aandelen in de Nederlandse vennootschap.

Onder de nieuwe regeling voor het buitenlandse AB in de vennootschapsbelasting maakt het niet uit of het buitenlandse lichaam het Nederlandse belang als belegging houdt of als onderdeel van haar ondernemingsvermogen. Dit is een belangrijke wijziging want tot nu toe werden alleen belangen die als belegging worden gehouden getroffen door de buitenlandse AB-regeling.

Vanaf 2016 zal dus in alle gevallen moeten worden bekeken of er voldoende zakelijke redenen waren voor de deelnemingsverhouding. De toelichting op het wetsvoorstel leert dat er in ieder geval sprake is van zakelijke redenen als de buitenlandse vennootschap die het belang houdt een materiële onderneming drijft en het aanmerkelijk belang ook functioneel tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend. Ook een tophoudster die op grond van haar activiteiten op bestuurlijk, beleidsvormend of financieel terrein een wezenlijke functie vervult ten dienste van de bedrijfsuitoefening van de groep kan worden geacht het aanmerkelijk belang om geldige zakelijke redenen te houden. Het toverwoord is hier dus ‘substance’.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht