Al Capone vorig bericht

Al Capone

Al Capone was een notoire misdadiger uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw, die zich voornamelijk bezighield met illegale activiteiten, zoals casino’s, prostitutie en drankhandel. De politie was goed op de hoogte van zijn praktijken en uiteindelijk werd Al Capone gearresteerd en veroordeeld voor belastingontduiking.

Het principe van belastingheffing begrijpen we wel. De staat heeft smeerolie nodig om de maatschappij te kunnen laten draaien en als individu profiteren we van de voorzieningen die met dat geld worden gefinancierd. Uitgangspunten bij belastingheffing zijn vertrouwen en legitimiteit. De belastingheffing moet in de wet verankerd zijn en als individu moeten we erop kunnen vertrouwen dat die wet bij iedereen op dezelfde wijze wordt toegepast. Zelfs bij Al Capone, de illegale wiettelers, etc., moet belasting worden geheven. Hoe illegaal de activiteit ook is, als er loon wordt ontvangen of winst wordt gemaakt moet de activiteit niet alleen strafrechtelijk worden aangepakt maar er moet ook belasting over worden betaald. Misschien een aardig idee om hierop een speciaal verhoogd tarief toe te passen. Overigens is het zo dat sinds 1989 de kosten die verband houden met criminele activiteiten niet aftrekbaar zijn. Maar dit verder terzijde.

Vorige maand deed een rechtbank uitspraak over de aftrekbaarheid van een gift aan een museum. Deze gift bestond uit voorwerpen die waren gemaakt van de huid van een bedreigd diersoort en de handel in dit soort zaken is verboden. Voor de aftrekbaarheid van dergelijke giften “in natura” moeten we bepalen wat de waarde van de gift is. Hoe dat moet gebeuren wordt niet in de wet geregeld maar er wordt gekeken naar de waarde die de schenker had kunnen krijgen. De belastingplichtige wilde de gift natuurlijk aftrekken en had hiervoor een bedrag berekend van ongeveer € 6.000. De onderbouwing van de waarde was niet zo heel goed en werd dan ook door de inspecteur en rechtbank afgewezen.

Zowel de inspecteur als de rechtbank gebruikte hiervoor een opmerkelijk argument, namelijk: omdat de handel in deze huiden en voorwerpen die hiervan gemaakt zijn verboden is hebben deze geen verkoopwaarde. Als we deze zin letterlijk nemen is het feest voor de criminelen. De Al Capones onder ons dansen op de tafel. De wiettelers krijgen vrij spel, de kosten zijn wellicht niet aftrekbaar maar de omzet ook niet. Want de handel hierin is verboden! Omdat de handel in iets verboden is wil dit zeker niet zeggen dat iets geen waarde heeft. De wetgever heeft dat ook zeker nooit zo bedoeld. We zullen het maar beschouwen als een “slip of the pen”. De winst die met illegale handel wordt gemaakt moet worden belast!

Overigens, op andere goede argumenten werd de aftrek afgewezen.

Neem voor meer informatie of een vrijblijvend gesprek contact op met Simon Vermeij (simon.vermeij@fisconti.nl of 070 – 365 66 17).

terug naar overzicht