Aansprakelijkheid bij handel in vennootschappen met fiscale of stille reserves vorig bericht

Aansprakelijkheid bij handel in vennootschappen met fiscale of stille reserves

Als een grootaandeelhouder van een beleggingsvennootschap (een vennootschap waarvan het vermogen voor meer dan 30% uit beleggingen bestaat) zijn belang vervreemdt kan hij onder bepaalde omstandigheden later aansprakelijk worden gesteld voor de heffing van vennootschapsbelasting over reserves die op dat tijdstip in de vennootschap aanwezig waren.

De aansprakelijkheid geldt niet als de verkopende grootaandeelhouder bewijst dat het niet aan hem ligt dat het vermogen van de verkochte vennootschap ontoereikend is voor het voldoen van de vennootschapsbelasting, bijvoorbeeld omdat het vermogen van de vennootschap al op het moment van verkoop ontoereikend was voor het betalen van de verschuldigde vennootschapsbelasting.

De wetgever vindt deze disculpatiemogelijkheid te ruim en stelt voor dat een verkopende aandeelhouder zich niet langer aan aansprakelijkheid kan onttrekken als er sprake is van (1) een herinvesteringsreserve of (2) een (stille) reserve die samenhangt met activa die binnen zes maanden na de aandelenoverdracht worden vervreemd.

Met deze wijziging zal bij verkoop van vennootschappen dus op een zorgvuldige manier rekening moeten worden gehouden om onverwachte claims na een aandelenverkoop te vermijden.

Neem voor meer informatie contact op met Jan van Tilburg (jan.van.tilburg@fisconti.nl of 070 – 3656617).

terug naar overzicht